3. Paragrafen

3.1 Lokale heffingen

Inkomsten lokale heffingen

In de volgende tabel zijn de geraamde inkomsten voor de belastingen en retributies opgenomen uit de primitieve begroting 2027, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar (2026) na wijziging en het gerealiseerde bedrag van het voorvorige begrotingsjaar (2025) opgenomen. Bij het bepalen van de opbrengsten 2027 is rekening gehouden met de in deze paragraaf opgenomen uitgangspunten.

bedrag x € 1.000

Werkelijk 2025

Begroting 2026 na wijziging

Begroting 2027

Belastingen

a. OZB-eigenaren woningen

6.648

6.875

7.084

b. OZB-eigenaren niet-woningen

5.808

6.937

8.751

c. OZB-gebruikers niet-woningen

3.095

2.189

1.049

d. Roerende zaak belasting

82

82

85

e. Forensenbelasting

106

97

100

f. Verblijfsbelasting

541

904

935

g. Waterverblijfsbelasting

242

257

263

h. Reclamebelasting

109

118

122

i. Precariobelasting

23

21

22

Bestemmingsheffingen en retributies

j. Afvalstoffenheffing

5.298

4.875

5.242

k. Rioolheffing

3.349

3.349

3.416

l. Marktgeld

12

13

13

m. Lijkbezorgingsrechten

154

149

215

n. Onderhoudsrechten begraafplaats

113

121

125

o. Leges

3.032

2.055

2.574

Totaal belastingen en heffingen

28.614

28.041

29.995

De toename van de inkomsten in 2027 ten opzichte van 2026 is met name het gevolg van de stijging van de tarieven in lijn met de uitgangspunten zoals deze in de Kaderbrief 2027 zijn opgenomen. Verder nemen de inkomsten OZB niet-woningen toe als gevolg van enerzijds vergroting van het areaal.

Grafiek 1: Inkomsten lokale heffingen uitgedrukt in percentages

De onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing vormen 87% procent van de opbrengst lokale heffingen.

Belastingdruk

De ontwikkeling van de woonlasten 2026 ten opzichte van de omringende gemeenten is nader toegelicht in bijlage 1 van de Kaderbrief 2027. Ook is de ontwikkeling van de lokale lasten ten opzichte van een aantal referentiegemeenten onderdeel van de paragraaf lokale heffingen van de jaarstukken. Inzicht in de lokale lastendruk 2026 in vergelijking met andere vergelijkbare gemeenten is ook mogelijk via Bijlagen 2026 en databestanden – COELO

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het totaal van de woonlasten 2023- 2026 van een aantal regiogemeenten opgenomen.

Woonlasten eigenaar woning

2023

2024

2025

2026

Aalsmeer

1.030

1.089

1.163

1.140

Amstelveen

900

974

1.005

1.043

Amsterdam

921

944

1.058

1.063

Diemen

970

1.070

1.123

1.142

Haarlemmermeer

860

993

1.067

1.121

Ouder-Amstel

999

1.038

1.111

1.207

Uithoorn

992

1.066

1.116

1.157

Kaag en Braassem

1.082

1.152

1.190

1.229

Nieuwkoop

1.086

1.149

1.195

1.231

Uit de COELO-atlas (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden)
2026 blijkt dat de woonlasten van Aalsmeer minder zijn gestegen dan in een aantal andere gemeenten in Nederland. Aalsmeer staat op plek 226 1) van de 342 gemeenten in de ranglijst van de COELO-atlas. De nummer 1 van de ranglijst heeft de laagste woonlasten.

Jaar

Plaats

Aantal gemeenten

(deelnemers COELO)

2026

226

342

2025

276

342

2024

269

342

2023

277

352

2022

190

349

1) voor een woningeigenaar met een meerpersoonshuishouding.

De hoogte van de OZB (woningen), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk”. De lokale lastendruk wordt in Nederland door het COELO bijgehouden.
In onderstaande tabel is opgenomen hoe de lokale lastendruk zich in de periode 2023 tot en met 2027 ontwikkelt voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde. De tariefontwikkeling 2027 is in de nadere uitwerking van de voorstellen verderop in deze paragraaf nader toegelicht.

Soort lokale heffing

2023

2024

2025

2026

2027

OZB aanslag woning eigenaar

519

531

553

567

586

Rioolheffing eigenaar

181

188

196

200

204

Afvalstoffenheffing gebruiker

330

370

411

373

406

Woonlasten

1.030

1.089

1.160

1.140

1.196

% toename t.o.v. vorig jaar

5,7%

6,5%

-1,7%

4,9%

In de begroting wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengst aan belastingen en heffingen. Deze is berekend is op basis van de in de kaderbrief 2027 opgenomen uitgangspunten voor de tariefontwikkeling en de begroting 2026 (bedragen).
De definitieve vaststelling van de tarieven gebeurt echter niet bij de begroting, maar separaat bij raadsbesluit eind 2026, waarmee de belastingverordeningen 2027 worden vastgesteld.

De belangrijkste uitgangspunten voor het gemeentelijk tarievenbeleid zijn:

  • Het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling, voor zover wettelijk toegestaan;
  • Het hanteren van maximaal kostendekkende tarieven;
  • Terughoudendheid ten aanzien van verhoging lokale lastendruk.

Indexering
De uitgangspunten voor indexatie, vastgelegd in de Kaderbrief 2027, zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Indexatie (in percentage)

2027

2028

2029

2030

Belastingen

3,40

3,55

3,20

3,25

Leges

3,38

3,82

3,45

3,46

Besluitvorming over bovenstaande uitgangspunten heeft plaatsgevonden in de raadsvergadering van 18 juni 2026.

Voor de retributies zoals bouwleges, grafrechten, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt uitgegaan van kostendekkendheid.
Om de begrote opbrengsten te realiseren kunnen als gevolg van nadere preciseringen/ ontwikkelingen nog kleine afwijkingen ontstaan in de nu vermelde tarieven.

Kostendekkende tarieven retributies
Uitgangspunt bij de retributies is maximaal 100% kostendekkendheid. Daarbij geldt dat voor alle kosten die we kunnen toerekenen dat ook doen.

Toerekening van kosten straatvegen en baggeren
Voor wat betreft de kosten van straatvegen en baggeren is een matrix opgesteld ter onderbouwing van het deel van de toe te rekenen kosten aan de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
Deze matrix is een handreiking van de VNG waarbij een beredeneerde inschatting is gemaakt van de toe te rekenen kosten in de Aalsmeerse situatie. Naar aanleiding van een extern onderzoek in 2021 naar de kostendekkendheid van tarieven (voortvloeiend uit de motie RAP-raad) is de matrix geactualiseerd en verder verfijnd.

Straatvegen

Activiteiten/Doelen

Schone Stad

Verkeersveiligheid

Meer huishoudelijk afval

Minder verstopping riolering

Totaal

zwerfvuil op verharding en in het groen

50%

40%

10%

100%

beheer afvalbakken

25%

75%

100%

mechanisch vegen (blad en zand)

10%

10%

80%

100%

onkruidbestrijding verharding

50%

50%

100%

meerkosten milieuvriendelijke onkruidbestrijding

100%

100%

hondenpoep

100%

100%

Dekking

Algemene middelen

Algemene middelen

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

Baggeren

Activiteiten/Doelen

Bevaarbaarheid

Milieu cq water- kwaliteit

Betere doorstroming oppervlaktewater

Effect op overstort, hemelwatertaak

Totaal

Baggerverwerking

10%

20%

30%

40%

100%

Sloot- en drijfvuil

20%

40%

40%

100%

Schouwwerk watergangen

20%

40%

40%

100%

Krooswerk

20%

40%

40%

100%

Dekking

Algemene middelen

Algemene middelen

Rioolheffing

Rioolheffing

Overhead
Voor het bepalen van kostendekkendheid van lokale heffingen moet extracomptabel overhead worden toegerekend. Conform de financiële verordening vindt toerekening van overhead plaats op basis van directe ambtelijke capaciteitsinzet. In programma 7 Overhead is de berekening van het overheadpercentage (2027: 56%) opgenomen.
Dit overheadpercentage wordt in alle kostenopstellingen voor tariefberekeningen gehanteerd. 

Deze pagina is gebouwd op 09/30/2026 13:43:57 met de export van 09/30/2026 13:40:43